Ann De Bisschop Logo

Leer jezelf screenen op stressvlak!

Om een situatie te kunnen aanpakken, heb je er allereerst inzicht in nodig. Wat brengt jou in een stresssituatie? Wat doet stress met je lichaam? En hoe kan je erop reageren?

Stress is meer is dan slapeloze nachten, hartkloppingen of maagpijn. Stress is een cascade-effect. Eenvoudig gesteld, gaat het zo:

Er gebeurt iets in de buitenwereld en dat wordt door ons brein opgevangen. Doorgaans zal ons lichaam daar eerst op reageren (een fysieke reactie). We voelen de fysieke reactie en koppelen er een emotie aan. Op basis daarvan gaan er allerlei gedachten door ons hoofd en dat vertaalt zich dan in een bepaald gedrag. Dat gedrag – een gestresseerde houding, een snauw – is wat mensen te zien krijgen. Het is de veruitwendiging van een innerlijk proces.

Van zodra je dieper ingaat op je stresssymptomen en -triggers, krijg je een heel duidelijk beeld op de situatie. Wat betekent stress voor jou? Hoe reageer je erop?

WAT BRENGT JOU IN EEN STRESSTOESTAND?

Te krappe deadlines? Angst om je baan te verliezen of heb je een baas die je voortdurend controleert? Eens je voor jezelf weet welke mix van factoren bij jou stress veroorzaakt, kan je daar heel gericht op werken.Probeer je stressoren te identificeren. In welke van de volgende vijf categorieën horen ze thuis?

1. Tijd-, taak- en werkstress

Stress die bijvoorbeeld wordt veroorzaakt door deadlines, door piekmomenten waarnaar je voortdurend toe moet werken of door een hoge werkdruk. Stress kan ook worden getriggerd als je net boven of net onder je niveau werkt.

STRESSTHERAPIE: probeer je leven evenwichtig te krijgen door een beter timemanagement, efficiëntere vergaderingen of planning tools. Leer onderscheid te maken tussen wat belangrijk is en wat niet. Dijk je uitstelgedrag in. Spoor tijdrovers op.

2 . Interactiestress

Stress die wordt veroorzaakt door interacties tussen mensen en (een gebrek aan) communicatie. Bijvoorbeeld: onuitgesproken frustraties, het gevoel hebben dat er niet naar je wordt geluisterd, geen ruimte krijgen om assertief te zijn, een top-downmanagement dat sterk controleert, geen vertrouwen hebben in de eigen organisatie, roddels op de werkvloer.

STRESSTHERAPIE: conflicten leren oplossen, grenzen stellen, leren onderhandelen, opkomen voor je eigen waarden. Leidinggevenden zorgen ervoor dat teamgenoten weten wat er van hen verwacht wordt.

3. Anticipatiestress

Stress die wordt veroorzaakt door situaties waar je nu geen impact op hebt, maar die zich in de toekomst zouden kunnen voordoen. Bijvoorbeeld: ‘Zal mijn job nog blijven bestaan?’, Zal mijn zoon afstuderen?’ of ‘Mijn partner heeft borstkanker overwonnen, maar wat als ze hervalt?’

STRESSTHERAPIE: werken aan het zelfvertrouwen en de egosterkte. Leren om op een gezonde manier en met vertrouwen naar de toekomst te kijken.

4. Situatiestress

Stress die heel plots opduikt in een bepaalde situatie. Bijvoorbeeld: wat je voelt als je op een avond door een verlaten stad loopt en denkt dat je wordt gevolgd. Of: je baas die voor de hele groep een negatieve opmerking maakt over jouw werk.

STRESSTHERAPIE: zelfregulatietechnieken om je emotionele en fysieke reactie weer in te dijken. Bv. je hartritme onder controle krijgen door op je ademhaling te letten, ervoor zorgen dat je niet overreageert.

5. Traumastress

Stress die wordt veroorzaakt door iets dat in het verleden gebeurde en dat je niet kan loslaten. Bijvoorbeeld: ouders die een kind verloren hebben, en die – ook in de werkomgeving – getriggerd worden door verhalen van anderen.

STRESSTHERAPIE: geheugensporen loskoppelen van emoties en traumaverwerking. Kan enkel met therapeutische hulp.